Category Archives: algemeen

Steeds meer mensen met dementie

Als gevolg van de vergrijzing en de groei van de bevolking neemt het aantal gevallen van dementie toe. Op basis van alleen demografische ontwikkelingen is de verwachting dat het absoluut aantal personen met dementie tussen 2009 en 2025 met 45,9% zal stijgen. Ook het sterftecijfer is gestegen met ruim 40% bij de mannen en 35% bij vrouwen.

Steeds meer vroegtijdige herkenning van dementie

Vroegtijdige opsporing en herkenning van dementie in de medische praktijk is steeds beter mogelijk. Dat komt voor een groot deel door de beschikbaarheid van korte screeningsinstrumenten, het standaardiseren van de diagnostische criteria en het ontwikkelen van diagnostische protocollen.

Deze ontwikkelingen verklaren dat – ook na correctie voor de veranderende bevolkingsomvang en -samenstelling (dubbele vergrijzing) – het aantal patiënten met dementie dat bekend is bij de huisarts flink is gestegen.

 

Schuin liggen kan op dementie duiden.

Schuin in bed liggen lijkt een indicatie te zijn voor cognitieve problemen en dementie.

Onderzoekers hebben ontdekt dat Neurologische patiënten die schuin in bed liggen ernstigere cognitieve problemen hebben en slechter scoren op een dementietest dan degenen die recht liggen.

De onderzoekers hebben ruim 100 zestigplussers met een neurologische aandoening getest.

 Zij ontdekten dat van de personen die schuin in hun bed lagen, zo’n 90 procent cognitieve problemen had. Schuin in bed liggen lijkt daarmee een goede indicator voor cognitieve problemen bij neurologische patiënten. Het is echter niet zo dat iedere neurologische patiënt met cognitieve problemen schuin in bed ligt.

Schuin liggen is daarom slechts een indicatie en kan niet worden gebruikt om vast te stellen of iemand wel of geen cognitieve problemen heeft.

 

 

Zorgboerderij voor dementerende ouderen.

Tijdens een promotieonderzoek aan de Universiteit van Wageningen is gebleken dat zorgboerderijen een meerwaarde kunnen hebben voor de gezondheid van dementerende  ouderen, dit ten opzichte van de reguliere instellingen voor dagverpleging. Uit dit onderzoek bleek ook dat de dementerende beter hun voeding en drank innamen.

Dit is een belangrijk gegeven,   omdat veel dementerende mensen te kampen krijgen met uitdrogingsverschijnselen en gewichtverlies. De zorgboerderijen leken niet effectiever te zijn in het voorkomen van cognitieve achteruitgang. Opvallend is verder dat op zorgboerderijen meer mannelijke dementiepatiënten komen dan in reguliere instellingen voor dagverzorgingen. Omdat deze mannen in tegenstelling tot de veelal vrouwelijke dementiepatiënten in reguliere instellingen voor dagverzorging vaak nog een partner hebben, weten zorgboerderijen een andere groep van mantelzorgers te ontlasten.

Dagverzorging op zorgboerderijen is daarmee een nieuwe en waardevolle toevoeging aan de huidige zorgvoorzieningen voor thuiswonende dementerende ouderen en hun mantelzorgers.

Hoger opgeleiden hebben minder kans op dementie.

Hoger opgeleide mannen en vrouwen hebben minder kans op dementie dan lager opgeleiden. Dit blijkt uit een studie, en is beschreven in  het blad Demos van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut oftewel het NIDI.

Doordat de hersenen van hoger opgeleiden beter getraind zijn  dan die door lager opgeleiden hebben ze minder last van cognitief verval, zoals geheugenverlies (amnesie).  Paradoxaal genoeg gaan hoger opgeleiden vaak wel eerder dood als zij dementie hebben. Dit kan worden verklaard door de zogeheten cognitieve-reservetheorie.

Bij hoger opgeleiden wordt de dementie vaak later ontdekt, dit komt doordat zij in staat zijn het cognitief verval langer uit te stellen en de dementie vaak pas wordt ontdekt als het al in een verder gevorderd stadium is. Als de dementie dan aan het licht komt overlijden ze vaak eerder.

Er zijn ook andere factoren, deze zijn veel minder belangrijk dan de opleiding of het iq
Zo zijn overgewicht en zwaarlijvigheid totaal niet van invloed of iemand dement wordt of niet. Het is wel zo dat roken wel enigzins invloed kan hebben, maar dit blijkt alleen bij vrouwen te zijn.

Rokers leven korter dan niet rokers,  vandaar dat het ook een vertekend beeld kan zijn omdat dementie nu eenmaal vaak bij oudere mensen voorkomt.

Pijn lastig op te sporen bij mensen met dementie

Er is een zogenaamde pijnchecklist voor het opsporen van pijnklachten bij mensen met dementie.   

Op deze lijst staan 24 uitingen die mensen kunnen laten zien of merken als uiting van pijn en ongemak.
Deze uitingen kunnen door hun verzorgers worden herkent als uitingen van pijn.

Deze uitingen variën van  verdriet, norsheid, gezichtsuitdrukkingen, of hevig verzet bij aanraking.

Het is logisch dat hoe meer punten iemand op deze lijst scoort, des te groter de kans dat er sprake is van pijn.  

Als eenmaal is vastgesteld dat de patiënt pijn heeft, dan is het aan de arts om verder onderzoek te doen naar de oorzaak.  Het is van zeer groot belang dat de verzorger, verpleegkundige of matelzorger de uitingen van pijn direct herkent en dit meteen doorspeelt. 

Niet iedere dementerende reageert op dezelfde manier op pijn, sommige gaan zich hevig verzetten, weer anderen gaan schreeuwen of laten merken dat ze niet van een aanraking gediend  zijn.

 

Verzorgenden herkennen dergelijke uitingen bovendien vaak niet als pijn.  

En het is waar: als iemand verdrietig kijkt of niet wil worden aangeraakt, kan dat ook duiden op een depressie.
Daarom is de combinatie van uitingen belangrijk.’

 

Licht kan helpen bij mensen met dementie

Het is algemeen bekend dat licht goed is voor de mens, licht kan het middel zijn tegen depressies.

Maar bij dementerende ouderen is het vaak lastig om deze lichttherapie te geven. Ze hebben vaak last van een slecht humeur en zijn vaak somber. Waarom is het lastig, ze snappen niet waarom ze voor die lamp moeten gaan zitten, ze weten niet waarom dat moet, en  ze kennen het niet. Continue reading Licht kan helpen bij mensen met dementie

Googelen betere training voor de hersenen

Het is voor ouderen beter om te Googelen dan te lezen.  Dit is in een Amerikaans onderzoek vastgesteld.
Deze onderzoekers ontdekten via een hersenscan dat je de hersenen meer stimuleert door te “Surfen”op het internet dan een boek te lezen.

Ook nadat de computer af is gezet is het nog merkbaar aan de proefpersonen.De onderzoeker  en zijn medewerkers onderzochten 24 mannen en vrouwen tussen de 55 en 78 jaar. De helft van hen had al internetervaring, de andere helft bestond uit nieuwelingen.

Op de eerste plaats werd aan de proefkonijnen gevraagd om een aantal zoekopdrachten uit te voeren.

Tijdens deze procedure werden hun hersenen geGoogle logoscand via een MRI scan.
Daarbij wordt de manier gemeten waarop bloed door de hersenen stroomt, zodat kan woorden nagegaan welke delen van ons brein wel en niet actief zijn.
Vervolgens mochten de deelnemers naar huis, waar ze in de twee weken die volgden zeker zeven keer één uur per dag specifieke taken op de computer moesten uitvoeren.

Daarop werden de hersens opnieuw gescand terwijl er opnieuw zoekopdrachten onder toezicht werden uitgevoerd.  De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de impact van een zoekopdracht  onmiddellijk merkbaar werd. De eerste scan toonde al verhoogde activiteit aan in de hersengebieden die taal, lezen, geheugen en visie bepalen. Tegen de tijd van de tweede en laatste scan bleek dat ook andere delen van het brein, zoals de frontale gyrus, die een belangrijke rol speelt bij ons werkgeheugen en onze besluitvorming, waren geactiveerd.  Daaruit werd geconcludeerd dat zoeken op het internet zowel de hersencellen als de ‘paden’ die hen verbinden stimuleert.
“Online” zoeken blijkt een simpele vorm van hersentraining te zijn die bij oudere volwassenen de kennis vergroot zegt een van de onderzoekers .

Deze gelooft dat de hersenen bij het Googelen sterker worden geactiveerd dan bij het lezen van een boek omdat op het internet meerdere taken tegelijk moeten worden verricht. Als voorbeelden geeft ze het bijhouden van informatie in het eigen geheugen terwijl tegelijkertijd de informatie op het computerscherm wordt verwerkt, zowel in woord als in beeld. 

Bloedtest kan risico op Alzheimer voorkomen.

Amerikaanse onderzoekers bestudeerden bloedstalen van ongeveer 260  ouderen met milde tot zeer erge symptomen die wezen in de richting van de ziekte van Alzheimer. De achttien significante proteïnen nemen deel aan de productie van nieuwe bloedcellen, het ontwikkelen van het immuunsysteem en het afsterven van cellen.

 
Maar blijkbaar gaat er bij hen iets mis met de productie van nieuwe bloedcellen, terwijl net die de hersenen moeten bevrijden van een substantie die zich daar door de ziekte van Alzheimer ophoopt.

De wetenschappers hopen dat dezelfde eiwitten ook de weg kunnen wijzen naar een behandeling van Alzheimer.
Maar eerst moeten andere laboratorium testen de test van de Standford-universiteit bevestigen.

Snoezelhonden en dementie.


‘Snoezelhonden’ bevorderen welzijn en emotioneel evenwicht van personen met dementie.

Honden en dementie, wat heeft dat met elkaar te maken zou je zo denken,
Het ‘snoezelen’ met ouderen is per toeval ontstaan doordat steeds vaker bezoekers hun huisdieren meenamen op bezoek.
Het wil hen tegelijk prikkelen, stimuleren en relaxeren, rust bieden en ontspannen.
Het blijkt dat honden in staat zijn om contact te leggen met personen die lijden aan dementie en hen vooral op zintuiglijke manier te activeren.

Het gaat daarbij meestal om het uiten van gevoelens van genegenheid en tederheid, wat voor de patiënten een belangrijke emotionele uitlaatklep betekent.
De sessies met ‘Snoezelhonden’  hebben tot doel het welzijn en emotionele evenwicht van personen met dementie te bevorderen.

Is elke hond een ‘Snoezel’? In principe is elke hond een potentiële ‘Snoezel’, groot of klein, rashond of straathond.
Belangrijk is dat de hond graag omgaat met mensen en kan genieten van aandacht en een knuffel.
Vooral het zachte, gemoedelijke karakter van de hond en zijn ‘sociale vaardigheden’ zijn belangrijk.

Tijdens het Snoezelproject worden zowel de honden als de baasjes begeleid.

Op die manier leren ook de baasjes steeds meer over de leefwereld van hun huisdier, wat hen in staat stelt op termijn zelfstandig de patiënten te bezoeken.

Het woord ‘snoezelen”is in de wereld van de verpleegtehuizen een begrip geworden.
Het wordt ook vaak “knuffelen” genoemd.

 

Het aantal dementie patienten in Europa stijgt snel.

Uit een groot Brits onderzoek is gebleken dat dementie en de vergrijzing wel degelijk iets met elkaar te maken hebben.
Het stijgen van de leeftijdijd is de enige en meest belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van een dementie.

Niettemin werd steeds, ten gevolge van het gebrek aan gegevens in vorige studies bij de ‘oldest old’ het voorkomen van dementie bij vrouwen boven de 85 jaar onderbelicht.

 

Deze gegevens zijn belangrijk omwille van twee redenen aldus de onderzoekers.
Ten eerste bevestigen ze wat we al wisten over mensen met dementie tot 85 jaar. Bij de prevalentiecijfers die handelen over de 85 plussers in Europa stellen we vast dat we voorheen steeds van een lager aantal zijn uitgegaan.
Ten tweede schatten we nu in de EU alleen al het aantal personen met dementie op 7,3 miljoen.
Deze gegevens stelt de Europse gezondheidszorg voor grote uitdagingen aangezien het segment waarvan sprake, de 85-plussers, zeer sterk aangroeit.